HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dobbelen — definition

Conjugation of dobbelen

Regular CEFR C2
ˈdɔbələ(n)

het spelen van een kansspel door het werpen van dobbelstenen, vaak om geld Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dobbel
jij / je dobbelt
hij / zij / het dobbelt
wij / we dobbelen
jullie dobbelen
zij / ze dobbelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dobbelde
jij / je dobbelde
hij / zij / het dobbelde
wij / we dobbelden
jullie dobbelden
zij / ze dobbelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dobbele
jij / je dobbele
hij / zij / het dobbele
wij / we dobbelen
jullie dobbelen
zij / ze dobbelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik dobbelde
jij / je dobbelde
hij / zij / het dobbelde
wij / we dobbelden
jullie dobbelden
zij / ze dobbelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dobbel
jullie (archaïsch) dobbelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dobbelen
Tegenwoordig deelwoord
dobbelend
Voltooid deelwoord
gedobbeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary