Conjugation of discrimineren
ˌdɪs.kri.miˈneː.rə(n)ongelijk behandelen vanwege kenmerken die er niet toe mogen doen, d.w.z. (iemand) achterstellen of benadelen op grond van bepaalde kenmerken als etnische of nationale afkomst, religieuze overtuiging, Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | discrimineer |
| jij / je | discrimineert |
| hij / zij / het | discrimineert |
| wij / we | discrimineren |
| jullie | discrimineren |
| zij / ze | discrimineren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | discrimineerde |
| jij / je | discrimineerde |
| hij / zij / het | discrimineerde |
| wij / we | discrimineerden |
| jullie | discrimineerden |
| zij / ze | discrimineerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | discriminere |
| jij / je | discriminere |
| hij / zij / het | discriminere |
| wij / we | discrimineren |
| jullie | discrimineren |
| zij / ze | discrimineren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | discrimineerde |
| jij / je | discrimineerde |
| hij / zij / het | discrimineerde |
| wij / we | discrimineerden |
| jullie | discrimineerden |
| zij / ze | discrimineerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | discrimineer |
| jullie (archaïsch) | discrimineert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | discrimineren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | discriminerend |
Voltooid deelwoord
| — | gediscrimineerd |
Practice in context
Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.