HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dikken — definición

Conjugation of dikken

Regular CEFR B1
/ˈdɪkə(n)/

dik of dikker maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dik
jij / je dikt
hij / zij / het dikt
wij / we dikken
jullie dikken
zij / ze dikken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dikte
jij / je dikte
hij / zij / het dikte
wij / we dikten
jullie dikten
zij / ze dikten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dikke
jij / je dikke
hij / zij / het dikke
wij / we dikken
jullie dikken
zij / ze dikken
Aanvoegende wijs — verleden
ik dikte
jij / je dikte
hij / zij / het dikte
wij / we dikten
jullie dikten
zij / ze dikten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dik
jullie (archaïsch) dikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dikken
Tegenwoordig deelwoord
dikkend
Voltooid deelwoord
gedikt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary