HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← diagnosticeren — definition

Conjugation of diagnosticeren

Regular CEFR C2
ˌdiaːɣnɔstiˈseːrə(n)

aan de hand van verschijnselen de ziekte bepalen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik diagnosticeer
jij / je diagnosticeert
hij / zij / het diagnosticeert
wij / we diagnosticeren
jullie diagnosticeren
zij / ze diagnosticeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik diagnosticeerde
jij / je diagnosticeerde
hij / zij / het diagnosticeerde
wij / we diagnosticeerden
jullie diagnosticeerden
zij / ze diagnosticeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik diagnosticere
jij / je diagnosticere
hij / zij / het diagnosticere
wij / we diagnosticeren
jullie diagnosticeren
zij / ze diagnosticeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik diagnosticeerde
jij / je diagnosticeerde
hij / zij / het diagnosticeerde
wij / we diagnosticeerden
jullie diagnosticeerden
zij / ze diagnosticeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij diagnosticeer
jullie (archaïsch) diagnosticeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
diagnosticeren
Tegenwoordig deelwoord
diagnosticerend
Voltooid deelwoord
gediagnosticeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary