HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← deuken — definición

Conjugation of deuken

Regular CEFR C2
/ˈdøː.kə(n)/

een deuk of deuken maken in iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik deuk
jij / je deukt
hij / zij / het deukt
wij / we deuken
jullie deuken
zij / ze deuken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik deukte
jij / je deukte
hij / zij / het deukte
wij / we deukten
jullie deukten
zij / ze deukten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik deuke
jij / je deuke
hij / zij / het deuke
wij / we deuken
jullie deuken
zij / ze deuken
Aanvoegende wijs — verleden
ik deukte
jij / je deukte
hij / zij / het deukte
wij / we deukten
jullie deukten
zij / ze deukten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij deuk
jullie (archaïsch) deukt

Onbepaalde vormen

Infinitief
deuken
Tegenwoordig deelwoord
deukend
Voltooid deelwoord
gedeukt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary