HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← deugen — definition

Conjugation of deugen

Regular CEFR C2
ˈdøːɣə(n)

aan eisen van moraliteit of kwaliteit voldoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik deug
jij / je deugt
hij / zij / het deugt
wij / we deugen
jullie deugen
zij / ze deugen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik deugde
jij / je deugde
hij / zij / het deugde
wij / we deugden
jullie deugden
zij / ze deugden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik deuge
jij / je deuge
hij / zij / het deuge
wij / we deugen
jullie deugen
zij / ze deugen
Aanvoegende wijs — verleden
ik deugde
jij / je deugde
hij / zij / het deugde
wij / we deugden
jullie deugden
zij / ze deugden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij deug
jullie (archaïsch) deugt

Onbepaalde vormen

Infinitief
deugen
Tegenwoordig deelwoord
deugend
Voltooid deelwoord
gedeugd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary