HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← detacheren — definition

Conjugation of detacheren

Regular CEFR B2
deːtɑˈʃeːrə(n)

tijdelijk elders laten werken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik detacheer
jij / je detacheert
hij / zij / het detacheert
wij / we detacheren
jullie detacheren
zij / ze detacheren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik detacheerde
jij / je detacheerde
hij / zij / het detacheerde
wij / we detacheerden
jullie detacheerden
zij / ze detacheerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik detachere
jij / je detachere
hij / zij / het detachere
wij / we detacheren
jullie detacheren
zij / ze detacheren
Aanvoegende wijs — verleden
ik detacheerde
jij / je detacheerde
hij / zij / het detacheerde
wij / we detacheerden
jullie detacheerden
zij / ze detacheerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij detacheer
jullie (archaïsch) detacheert

Onbepaalde vormen

Infinitief
detacheren
Tegenwoordig deelwoord
detacherend
Voltooid deelwoord
gedetacheerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary