HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← desinfecteren — definición

Conjugation of desinfecteren

Regular CEFR C2
/dɛsɪnfɛkˈteːrə(n)/

ontsmetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik desinfecteer
jij / je desinfecteert
hij / zij / het desinfecteert
wij / we desinfecteren
jullie desinfecteren
zij / ze desinfecteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik desinfecteerde
jij / je desinfecteerde
hij / zij / het desinfecteerde
wij / we desinfecteerden
jullie desinfecteerden
zij / ze desinfecteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik desinfectere
jij / je desinfectere
hij / zij / het desinfectere
wij / we desinfecteren
jullie desinfecteren
zij / ze desinfecteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik desinfecteerde
jij / je desinfecteerde
hij / zij / het desinfecteerde
wij / we desinfecteerden
jullie desinfecteerden
zij / ze desinfecteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij desinfecteer
jullie (archaïsch) desinfecteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
desinfecteren
Tegenwoordig deelwoord
desinfecterend
Voltooid deelwoord
gedesinfecteerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary