HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← desambigueren — definition

Conjugation of desambigueren

Regular CEFR C1
ˌdɛsɑmbiɣyˈeːrə(n)

eenduidig maken, van zijn dubbelzinnigheid ontdoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik desambigueer
jij / je desambigueert
hij / zij / het desambigueert
wij / we desambigueren
jullie desambigueren
zij / ze desambigueren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik desambigueerde
jij / je desambigueerde
hij / zij / het desambigueerde
wij / we desambigueerden
jullie desambigueerden
zij / ze desambigueerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik desambiguere
jij / je desambiguere
hij / zij / het desambiguere
wij / we desambigueren
jullie desambigueren
zij / ze desambigueren
Aanvoegende wijs — verleden
ik desambigueerde
jij / je desambigueerde
hij / zij / het desambigueerde
wij / we desambigueerden
jullie desambigueerden
zij / ze desambigueerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij desambigueer
jullie (archaïsch) desambigueert

Onbepaalde vormen

Infinitief
desambigueren
Tegenwoordig deelwoord
desambiguerend
Voltooid deelwoord
gedesambigueerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary