HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← deputeren — definition

Conjugation of deputeren

Regular CEFR B2
ˌdeː.pyˈteː.rə(n)

afvaardigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik deputeer
jij / je deputeert
hij / zij / het deputeert
wij / we deputeren
jullie deputeren
zij / ze deputeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik deputeerde
jij / je deputeerde
hij / zij / het deputeerde
wij / we deputeerden
jullie deputeerden
zij / ze deputeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik deputere
jij / je deputere
hij / zij / het deputere
wij / we deputeren
jullie deputeren
zij / ze deputeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik deputeerde
jij / je deputeerde
hij / zij / het deputeerde
wij / we deputeerden
jullie deputeerden
zij / ze deputeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij deputeer
jullie (archaïsch) deputeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
deputeren
Tegenwoordig deelwoord
deputerend
Voltooid deelwoord
gedeputeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary