HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← denderen — definición

Conjugation of denderen

Regular CEFR B2
/ˈdɛndərə(n)/

meerdere malen trillen alvorens de eindstand te bereiken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dender
jij / je dendert
hij / zij / het dendert
wij / we denderen
jullie denderen
zij / ze denderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik denderde
jij / je denderde
hij / zij / het denderde
wij / we denderden
jullie denderden
zij / ze denderden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dendere
jij / je dendere
hij / zij / het dendere
wij / we denderen
jullie denderen
zij / ze denderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik denderde
jij / je denderde
hij / zij / het denderde
wij / we denderden
jullie denderden
zij / ze denderden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dender
jullie (archaïsch) dendert

Onbepaalde vormen

Infinitief
denderen
Tegenwoordig deelwoord
denderend
Voltooid deelwoord
gedenderd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary