HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← demonteren — definition

Conjugation of demonteren

Regular CEFR C2
ˌdeː.mɔnˈteː.rə(n)

in onderdelen uit elkaar nemen, afbreken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik demonteer
jij / je demonteert
hij / zij / het demonteert
wij / we demonteren
jullie demonteren
zij / ze demonteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik demonteerde
jij / je demonteerde
hij / zij / het demonteerde
wij / we demonteerden
jullie demonteerden
zij / ze demonteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik demontere
jij / je demontere
hij / zij / het demontere
wij / we demonteren
jullie demonteren
zij / ze demonteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik demonteerde
jij / je demonteerde
hij / zij / het demonteerde
wij / we demonteerden
jullie demonteerden
zij / ze demonteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij demonteer
jullie (archaïsch) demonteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
demonteren
Tegenwoordig deelwoord
demonterend
Voltooid deelwoord
gedemonteerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary