Conjugation of demoduleren
/deːmoːdyˈleːrə(n)/het terugwinnen van een analoog signaal uit een digitale (b.v. pulscodegemoduleerde) representatie hiervan -> van digitaal naar analoog converteren Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | demoduleer |
| jij / je | demoduleert |
| hij / zij / het | demoduleert |
| wij / we | demoduleren |
| jullie | demoduleren |
| zij / ze | demoduleren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | demoduleerde |
| jij / je | demoduleerde |
| hij / zij / het | demoduleerde |
| wij / we | demoduleerden |
| jullie | demoduleerden |
| zij / ze | demoduleerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | demodulere |
| jij / je | demodulere |
| hij / zij / het | demodulere |
| wij / we | demoduleren |
| jullie | demoduleren |
| zij / ze | demoduleren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | demoduleerde |
| jij / je | demoduleerde |
| hij / zij / het | demoduleerde |
| wij / we | demoduleerden |
| jullie | demoduleerden |
| zij / ze | demoduleerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | demoduleer |
| jullie (archaïsch) | demoduleert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | demoduleren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | demodulerend |
Voltooid deelwoord
| — | gedemoduleerd |