HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← delgen — definición

Conjugation of delgen

Regular CEFR B1
/ˈdɛlɣə(n)/

een schuld uitwissen, tenietdoen, amortiseren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik delg
jij / je delgt
hij / zij / het delgt
wij / we delgen
jullie delgen
zij / ze delgen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik delgde
jij / je delgde
hij / zij / het delgde
wij / we delgden
jullie delgden
zij / ze delgden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik delge
jij / je delge
hij / zij / het delge
wij / we delgen
jullie delgen
zij / ze delgen
Aanvoegende wijs — verleden
ik delgde
jij / je delgde
hij / zij / het delgde
wij / we delgden
jullie delgden
zij / ze delgden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij delg
jullie (archaïsch) delgt

Onbepaalde vormen

Infinitief
delgen
Tegenwoordig deelwoord
delgend
Voltooid deelwoord
gedelgd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary