HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dekken — definición

Conjugation of dekken

Regular CEFR B2
/ˈdɛkə(n)/

een bronstig vrouwtje (bijv. merrie, koe, ooi) bevruchten (door het mannetje) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dek
jij / je dekt
hij / zij / het dekt
wij / we dekken
jullie dekken
zij / ze dekken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dekte
jij / je dekte
hij / zij / het dekte
wij / we dekten
jullie dekten
zij / ze dekten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dekke
jij / je dekke
hij / zij / het dekke
wij / we dekken
jullie dekken
zij / ze dekken
Aanvoegende wijs — verleden
ik dekte
jij / je dekte
hij / zij / het dekte
wij / we dekten
jullie dekten
zij / ze dekten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dek
jullie (archaïsch) dekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dekken
Tegenwoordig deelwoord
dekkend
Voltooid deelwoord
gedekt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary