HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← deelen — definition

Conjugation of deelen

Regular CEFR B1
ˈdelə(n)

verouderde spelling of vorm van delen tot 1935/46 Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik deel
jij / je deelt
hij / zij / het deelt
wij / we deelen
jullie deelen
zij / ze deelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik deelde
jij / je deelde
hij / zij / het deelde
wij / we deelden
jullie deelden
zij / ze deelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik deele
jij / je deele
hij / zij / het deele
wij / we deelen
jullie deelen
zij / ze deelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik deelde
jij / je deelde
hij / zij / het deelde
wij / we deelden
jullie deelden
zij / ze deelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij deel
jullie (archaïsch) deelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
deelen
Tegenwoordig deelwoord
deelend
Voltooid deelwoord
gedeeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary