HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← deduceren — definición

Conjugation of deduceren

Regular CEFR B2
/deːdyˈseːrə(n)/

met behulp van logische regels uit het algemene afleiden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik deduceer
jij / je deduceert
hij / zij / het deduceert
wij / we deduceren
jullie deduceren
zij / ze deduceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik deduceerde
jij / je deduceerde
hij / zij / het deduceerde
wij / we deduceerden
jullie deduceerden
zij / ze deduceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik deducere
jij / je deducere
hij / zij / het deducere
wij / we deduceren
jullie deduceren
zij / ze deduceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik deduceerde
jij / je deduceerde
hij / zij / het deduceerde
wij / we deduceerden
jullie deduceerden
zij / ze deduceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij deduceer
jullie (archaïsch) deduceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
deduceren
Tegenwoordig deelwoord
deducerend
Voltooid deelwoord
gededuceerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary