Conjugation of decriminaliseren
/ˌdeː.kri.mi.naː.liˈzeː.rə(n)/iets wat vroeger strafbaar voor de wet was niet meer strafbaar stellen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | decriminaliseer |
| jij / je | decriminaliseert |
| hij / zij / het | decriminaliseert |
| wij / we | decriminaliseren |
| jullie | decriminaliseren |
| zij / ze | decriminaliseren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | decriminaliseerde |
| jij / je | decriminaliseerde |
| hij / zij / het | decriminaliseerde |
| wij / we | decriminaliseerden |
| jullie | decriminaliseerden |
| zij / ze | decriminaliseerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | decriminalisere |
| jij / je | decriminalisere |
| hij / zij / het | decriminalisere |
| wij / we | decriminaliseren |
| jullie | decriminaliseren |
| zij / ze | decriminaliseren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | decriminaliseerde |
| jij / je | decriminaliseerde |
| hij / zij / het | decriminaliseerde |
| wij / we | decriminaliseerden |
| jullie | decriminaliseerden |
| zij / ze | decriminaliseerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | decriminaliseer |
| jullie (archaïsch) | decriminaliseert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | decriminaliseren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | decriminaliserend |
Voltooid deelwoord
| — | gedecriminaliseerd |