HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dazelen — definición

Conjugation of dazelen

Regular CEFR B1
/ˈdaːzələ(n)/

to talk crazy Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dazel
jij / je dazelt
hij / zij / het dazelt
wij / we dazelen
jullie dazelen
zij / ze dazelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dazelde
jij / je dazelde
hij / zij / het dazelde
wij / we dazelden
jullie dazelden
zij / ze dazelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dazele
jij / je dazele
hij / zij / het dazele
wij / we dazelen
jullie dazelen
zij / ze dazelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik dazelde
jij / je dazelde
hij / zij / het dazelde
wij / we dazelden
jullie dazelden
zij / ze dazelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dazel
jullie (archaïsch) dazelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dazelen
Tegenwoordig deelwoord
dazelend
Voltooid deelwoord
gedazeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary