HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← daven — definición

Conjugation of daven

Regular CEFR B1
/ˈdaːvə(n)/

to shake, to tremble, to waver Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik daaf
jij / je daaft
hij / zij / het daaft
wij / we daven
jullie daven
zij / ze daven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik daafde
jij / je daafde
hij / zij / het daafde
wij / we daafden
jullie daafden
zij / ze daafden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dave
jij / je dave
hij / zij / het dave
wij / we daven
jullie daven
zij / ze daven
Aanvoegende wijs — verleden
ik daafde
jij / je daafde
hij / zij / het daafde
wij / we daafden
jullie daafden
zij / ze daafden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij daaf
jullie (archaïsch) daaft

Onbepaalde vormen

Infinitief
daven
Tegenwoordig deelwoord
davend
Voltooid deelwoord
gedaafd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary