HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dateren — definition

Conjugation of dateren

Regular CEFR C2
daːˈteːrə(n)

een datum ergens aan hechten, dagtekenen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dateer
jij / je dateert
hij / zij / het dateert
wij / we dateren
jullie dateren
zij / ze dateren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dateerde
jij / je dateerde
hij / zij / het dateerde
wij / we dateerden
jullie dateerden
zij / ze dateerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik datere
jij / je datere
hij / zij / het datere
wij / we dateren
jullie dateren
zij / ze dateren
Aanvoegende wijs — verleden
ik dateerde
jij / je dateerde
hij / zij / het dateerde
wij / we dateerden
jullie dateerden
zij / ze dateerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dateer
jullie (archaïsch) dateert

Onbepaalde vormen

Infinitief
dateren
Tegenwoordig deelwoord
daterend
Voltooid deelwoord
gedateerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary