HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← danken — definition

Conjugation of danken

Regular CEFR B1
ˈdɑŋkə(n)

erkentelijkheid aan iemand betonen, laten merken dat je blij bent met de aangeboden hulp Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dank
jij / je dankt
hij / zij / het dankt
wij / we danken
jullie danken
zij / ze danken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dankte
jij / je dankte
hij / zij / het dankte
wij / we dankten
jullie dankten
zij / ze dankten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik danke
jij / je danke
hij / zij / het danke
wij / we danken
jullie danken
zij / ze danken
Aanvoegende wijs — verleden
ik dankte
jij / je dankte
hij / zij / het dankte
wij / we dankten
jullie dankten
zij / ze dankten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dank
jullie (archaïsch) dankt

Onbepaalde vormen

Infinitief
danken
Tegenwoordig deelwoord
dankend
Voltooid deelwoord
gedankt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary