HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dalen — definition

Conjugation of dalen

Regular CEFR C1
ˈdaːlə(n)

minder waard worden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik daal
jij / je daalt
hij / zij / het daalt
wij / we dalen
jullie dalen
zij / ze dalen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik daalde
jij / je daalde
hij / zij / het daalde
wij / we daalden
jullie daalden
zij / ze daalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dale
jij / je dale
hij / zij / het dale
wij / we dalen
jullie dalen
zij / ze dalen
Aanvoegende wijs — verleden
ik daalde
jij / je daalde
hij / zij / het daalde
wij / we daalden
jullie daalden
zij / ze daalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij daal
jullie (archaïsch) daalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dalen
Tegenwoordig deelwoord
dalend
Voltooid deelwoord
gedaald

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary