HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← cultiveeren — definición

Conjugation of cultiveeren

Regular CEFR C1

obsolete spelling of cultiveren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik cultiveer
jij / je cultiveert
hij / zij / het cultiveert
wij / we cultiveeren
jullie cultiveeren
zij / ze cultiveeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik cultiveerde
jij / je cultiveerde
hij / zij / het cultiveerde
wij / we cultiveerden
jullie cultiveerden
zij / ze cultiveerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik cultiveere
jij / je cultiveere
hij / zij / het cultiveere
wij / we cultiveeren
jullie cultiveeren
zij / ze cultiveeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik cultiveerde
jij / je cultiveerde
hij / zij / het cultiveerde
wij / we cultiveerden
jullie cultiveerden
zij / ze cultiveerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij cultiveer
jullie (archaïsch) cultiveert

Onbepaalde vormen

Infinitief
cultiveeren
Tegenwoordig deelwoord
cultiveerend
Voltooid deelwoord
gecultiveerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary