HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← culmineren — definition

Conjugation of culmineren

Regular CEFR B2
kʏlmiˈneːrə(n)

het doorsnijden van de meridiaan door een hemellichaam Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik culmineer
jij / je culmineert
hij / zij / het culmineert
wij / we culmineren
jullie culmineren
zij / ze culmineren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik culmineerde
jij / je culmineerde
hij / zij / het culmineerde
wij / we culmineerden
jullie culmineerden
zij / ze culmineerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik culminere
jij / je culminere
hij / zij / het culminere
wij / we culmineren
jullie culmineren
zij / ze culmineren
Aanvoegende wijs — verleden
ik culmineerde
jij / je culmineerde
hij / zij / het culmineerde
wij / we culmineerden
jullie culmineerden
zij / ze culmineerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij culmineer
jullie (archaïsch) culmineert

Onbepaalde vormen

Infinitief
culmineren
Tegenwoordig deelwoord
culminerend
Voltooid deelwoord
geculmineerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary