HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← converseren — definición

Conjugation of converseren

Regular CEFR C2
/kɔnvɛrˈzeːrə(n)/

een gesprek voeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik converseer
jij / je converseert
hij / zij / het converseert
wij / we converseren
jullie converseren
zij / ze converseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik converseerde
jij / je converseerde
hij / zij / het converseerde
wij / we converseerden
jullie converseerden
zij / ze converseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik conversere
jij / je conversere
hij / zij / het conversere
wij / we converseren
jullie converseren
zij / ze converseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik converseerde
jij / je converseerde
hij / zij / het converseerde
wij / we converseerden
jullie converseerden
zij / ze converseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij converseer
jullie (archaïsch) converseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
converseren
Tegenwoordig deelwoord
converserend
Voltooid deelwoord
geconverseerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary