HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← contrasteren — definition

Conjugation of contrasteren

Regular CEFR C1
kɔn.trɑsˈteː.rə(n)

een tegenstelling vormen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik contrasteer
jij / je contrasteert
hij / zij / het contrasteert
wij / we contrasteren
jullie contrasteren
zij / ze contrasteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik contrasteerde
jij / je contrasteerde
hij / zij / het contrasteerde
wij / we contrasteerden
jullie contrasteerden
zij / ze contrasteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik contrastere
jij / je contrastere
hij / zij / het contrastere
wij / we contrasteren
jullie contrasteren
zij / ze contrasteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik contrasteerde
jij / je contrasteerde
hij / zij / het contrasteerde
wij / we contrasteerden
jullie contrasteerden
zij / ze contrasteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij contrasteer
jullie (archaïsch) contrasteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
contrasteren
Tegenwoordig deelwoord
contrasterend
Voltooid deelwoord
gecontrasteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary