HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← consolideren — definition

Conjugation of consolideren

Regular CEFR C1
kɔnsoːliˈdeːrə(n)

vast en duurzaam maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik consolideer
jij / je consolideert
hij / zij / het consolideert
wij / we consolideren
jullie consolideren
zij / ze consolideren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik consolideerde
jij / je consolideerde
hij / zij / het consolideerde
wij / we consolideerden
jullie consolideerden
zij / ze consolideerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik consolidere
jij / je consolidere
hij / zij / het consolidere
wij / we consolideren
jullie consolideren
zij / ze consolideren
Aanvoegende wijs — verleden
ik consolideerde
jij / je consolideerde
hij / zij / het consolideerde
wij / we consolideerden
jullie consolideerden
zij / ze consolideerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij consolideer
jullie (archaïsch) consolideert

Onbepaalde vormen

Infinitief
consolideren
Tegenwoordig deelwoord
consoliderend
Voltooid deelwoord
geconsolideerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary