HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← confineren — definition

Conjugation of confineren

Regular CEFR B2
ˌkɔn.fiˈneː.rə(n)

to confine, to detain Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik confineer
jij / je confineert
hij / zij / het confineert
wij / we confineren
jullie confineren
zij / ze confineren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik confineerde
jij / je confineerde
hij / zij / het confineerde
wij / we confineerden
jullie confineerden
zij / ze confineerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik confinere
jij / je confinere
hij / zij / het confinere
wij / we confineren
jullie confineren
zij / ze confineren
Aanvoegende wijs — verleden
ik confineerde
jij / je confineerde
hij / zij / het confineerde
wij / we confineerden
jullie confineerden
zij / ze confineerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij confineer
jullie (archaïsch) confineert

Onbepaalde vormen

Infinitief
confineren
Tegenwoordig deelwoord
confinerend
Voltooid deelwoord
geconfineerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary