HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← concurreren — definition

Conjugation of concurreren

Regular CEFR C2
ˌkɔŋkʏˈreːrə(n)

wedijveren in het algemeen, iemand concurreert met iemand, als de ene wint verliest de andere Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik concurreer
jij / je concurreert
hij / zij / het concurreert
wij / we concurreren
jullie concurreren
zij / ze concurreren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik concurreerde
jij / je concurreerde
hij / zij / het concurreerde
wij / we concurreerden
jullie concurreerden
zij / ze concurreerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik concurrere
jij / je concurrere
hij / zij / het concurrere
wij / we concurreren
jullie concurreren
zij / ze concurreren
Aanvoegende wijs — verleden
ik concurreerde
jij / je concurreerde
hij / zij / het concurreerde
wij / we concurreerden
jullie concurreerden
zij / ze concurreerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij concurreer
jullie (archaïsch) concurreert

Onbepaalde vormen

Infinitief
concurreren
Tegenwoordig deelwoord
concurrerend
Voltooid deelwoord
geconcurreerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary