HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← concipiëren — definición

Conjugation of concipiëren

Regular CEFR C1
/kɔnsipiˈeːrə(n)/

ontwerpen, opstellen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik concipieer
jij / je concipieert
hij / zij / het concipieert
wij / we concipiëren
jullie concipiëren
zij / ze concipiëren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik concipieerde
jij / je concipieerde
hij / zij / het concipieerde
wij / we concipieerden
jullie concipieerden
zij / ze concipieerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik concipiëre
jij / je concipiëre
hij / zij / het concipiëre
wij / we concipiëren
jullie concipiëren
zij / ze concipiëren
Aanvoegende wijs — verleden
ik concipieerde
jij / je concipieerde
hij / zij / het concipieerde
wij / we concipieerden
jullie concipieerden
zij / ze concipieerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij concipieer
jullie (archaïsch) concipieert

Onbepaalde vormen

Infinitief
concipiëren
Tegenwoordig deelwoord
concipiërend
Voltooid deelwoord
geconcipieerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary