HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← componeren — definition

Conjugation of componeren

Regular CEFR C2
kɔmpoːˈneːrə(n)

uit onderdelen een nieuw geheel maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik componeer
jij / je componeert
hij / zij / het componeert
wij / we componeren
jullie componeren
zij / ze componeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik componeerde
jij / je componeerde
hij / zij / het componeerde
wij / we componeerden
jullie componeerden
zij / ze componeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik componere
jij / je componere
hij / zij / het componere
wij / we componeren
jullie componeren
zij / ze componeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik componeerde
jij / je componeerde
hij / zij / het componeerde
wij / we componeerden
jullie componeerden
zij / ze componeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij componeer
jullie (archaïsch) componeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
componeren
Tegenwoordig deelwoord
componerend
Voltooid deelwoord
gecomponeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary