HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← combineren — definition

Conjugation of combineren

Regular CEFR C2
ˌkɔmbiˈneːrə(n)

met elkaar in verband brengen, verbinden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik combineer
jij / je combineert
hij / zij / het combineert
wij / we combineren
jullie combineren
zij / ze combineren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik combineerde
jij / je combineerde
hij / zij / het combineerde
wij / we combineerden
jullie combineerden
zij / ze combineerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik combinere
jij / je combinere
hij / zij / het combinere
wij / we combineren
jullie combineren
zij / ze combineren
Aanvoegende wijs — verleden
ik combineerde
jij / je combineerde
hij / zij / het combineerde
wij / we combineerden
jullie combineerden
zij / ze combineerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij combineer
jullie (archaïsch) combineert

Onbepaalde vormen

Infinitief
combineren
Tegenwoordig deelwoord
combinerend
Voltooid deelwoord
gecombineerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary