HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← colluderen — definition

Conjugation of colluderen

Regular CEFR B2
ˌkɔ.lyˈdeː.rə(n)

to collude, to conspire, to cooperate clandestinely Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik colludeer
jij / je colludeert
hij / zij / het colludeert
wij / we colluderen
jullie colluderen
zij / ze colluderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik colludeerde
jij / je colludeerde
hij / zij / het colludeerde
wij / we colludeerden
jullie colludeerden
zij / ze colludeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik colludere
jij / je colludere
hij / zij / het colludere
wij / we colluderen
jullie colluderen
zij / ze colluderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik colludeerde
jij / je colludeerde
hij / zij / het colludeerde
wij / we colludeerden
jullie colludeerden
zij / ze colludeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij colludeer
jullie (archaïsch) colludeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
colluderen
Tegenwoordig deelwoord
colluderend
Voltooid deelwoord
gecolludeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary