HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← coïncideren — definition

Conjugation of coïncideren

Regular CEFR C1
ˌkoːɪnsiˈdeːrə(n)

het samenvallen in ruimte of tijd vaststellen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik coïncideer
jij / je coïncideert
hij / zij / het coïncideert
wij / we coïncideren
jullie coïncideren
zij / ze coïncideren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik coïncideerde
jij / je coïncideerde
hij / zij / het coïncideerde
wij / we coïncideerden
jullie coïncideerden
zij / ze coïncideerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik coïncidere
jij / je coïncidere
hij / zij / het coïncidere
wij / we coïncideren
jullie coïncideren
zij / ze coïncideren
Aanvoegende wijs — verleden
ik coïncideerde
jij / je coïncideerde
hij / zij / het coïncideerde
wij / we coïncideerden
jullie coïncideerden
zij / ze coïncideerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij coïncideer
jullie (archaïsch) coïncideert

Onbepaalde vormen

Infinitief
coïncideren
Tegenwoordig deelwoord
coïnciderend
Voltooid deelwoord
gecoïncideerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary