HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← circuleren — definición

Conjugation of circuleren

Regular CEFR C2
/sɪr.kyˈleː.rə(n)/

in omloop zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik circuleer
jij / je circuleert
hij / zij / het circuleert
wij / we circuleren
jullie circuleren
zij / ze circuleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik circuleerde
jij / je circuleerde
hij / zij / het circuleerde
wij / we circuleerden
jullie circuleerden
zij / ze circuleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik circulere
jij / je circulere
hij / zij / het circulere
wij / we circuleren
jullie circuleren
zij / ze circuleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik circuleerde
jij / je circuleerde
hij / zij / het circuleerde
wij / we circuleerden
jullie circuleerden
zij / ze circuleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij circuleer
jullie (archaïsch) circuleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
circuleren
Tegenwoordig deelwoord
circulerend
Voltooid deelwoord
gecirculeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary