HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← cijferen — definición

Conjugation of cijferen

Regular CEFR B2
/ˈsɛi̯fərə(n)/

rekenen; met cijfers werken. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik cijfer
jij / je cijfert
hij / zij / het cijfert
wij / we cijferen
jullie cijferen
zij / ze cijferen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik cijferde
jij / je cijferde
hij / zij / het cijferde
wij / we cijferden
jullie cijferden
zij / ze cijferden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik cijfere
jij / je cijfere
hij / zij / het cijfere
wij / we cijferen
jullie cijferen
zij / ze cijferen
Aanvoegende wijs — verleden
ik cijferde
jij / je cijferde
hij / zij / het cijferde
wij / we cijferden
jullie cijferden
zij / ze cijferden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij cijfer
jullie (archaïsch) cijfert

Onbepaalde vormen

Infinitief
cijferen
Tegenwoordig deelwoord
cijferend
Voltooid deelwoord
gecijferd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary