HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← cieren — definition

Conjugation of cieren

Regular CEFR B1

obsolete spelling of sieren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik cier
jij / je ciert
hij / zij / het ciert
wij / we cieren
jullie cieren
zij / ze cieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik cierde
jij / je cierde
hij / zij / het cierde
wij / we cierden
jullie cierden
zij / ze cierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ciere
jij / je ciere
hij / zij / het ciere
wij / we cieren
jullie cieren
zij / ze cieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik cierde
jij / je cierde
hij / zij / het cierde
wij / we cierden
jullie cierden
zij / ze cierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij cier
jullie (archaïsch) ciert

Onbepaalde vormen

Infinitief
cieren
Tegenwoordig deelwoord
cierend
Voltooid deelwoord
gecierd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary