HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← checken — definition

Conjugation of checken

Regular CEFR B2
ˈtʃɛkə(n)

controleren, nakijken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik check
jij / je checkt
hij / zij / het checkt
wij / we checken
jullie checken
zij / ze checken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik checkte
jij / je checkte
hij / zij / het checkte
wij / we checkten
jullie checkten
zij / ze checkten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik checke
jij / je checke
hij / zij / het checke
wij / we checken
jullie checken
zij / ze checken
Aanvoegende wijs — verleden
ik checkte
jij / je checkte
hij / zij / het checkte
wij / we checkten
jullie checkten
zij / ze checkten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij check
jullie (archaïsch) checkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
checken
Tegenwoordig deelwoord
checkend
Voltooid deelwoord
gecheckt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary