Conjugation of charmeren
/ˌʃɑrˈmeː.rə(n)/zorgen dat anderen je leuk of aantrekkelijk vinden Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | charmeer |
| jij / je | charmeert |
| hij / zij / het | charmeert |
| wij / we | charmeren |
| jullie | charmeren |
| zij / ze | charmeren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | charmeerde |
| jij / je | charmeerde |
| hij / zij / het | charmeerde |
| wij / we | charmeerden |
| jullie | charmeerden |
| zij / ze | charmeerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | charmere |
| jij / je | charmere |
| hij / zij / het | charmere |
| wij / we | charmeren |
| jullie | charmeren |
| zij / ze | charmeren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | charmeerde |
| jij / je | charmeerde |
| hij / zij / het | charmeerde |
| wij / we | charmeerden |
| jullie | charmeerden |
| zij / ze | charmeerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | charmeer |
| jullie (archaïsch) | charmeert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | charmeren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | charmerend |
Voltooid deelwoord
| — | gecharmeerd |