HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← chanteren — definition

Conjugation of chanteren

Regular CEFR C1
ʃɑnˈteːrə(n)

onder bedreiging een schandaal te veroorzaken iemand geld afhandig maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik chanteer
jij / je chanteert
hij / zij / het chanteert
wij / we chanteren
jullie chanteren
zij / ze chanteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik chanteerde
jij / je chanteerde
hij / zij / het chanteerde
wij / we chanteerden
jullie chanteerden
zij / ze chanteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik chantere
jij / je chantere
hij / zij / het chantere
wij / we chanteren
jullie chanteren
zij / ze chanteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik chanteerde
jij / je chanteerde
hij / zij / het chanteerde
wij / we chanteerden
jullie chanteerden
zij / ze chanteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij chanteer
jullie (archaïsch) chanteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
chanteren
Tegenwoordig deelwoord
chanterend
Voltooid deelwoord
gechanteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary