HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← certificeren — definition

Conjugation of certificeren

Regular CEFR C1
ˌsɛr.ti.fiˈseː.rə(n)

het officieel verklaren dat iets geldig is of voldoet aan een norm (zwart op wit geven) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik certificeer
jij / je certificeert
hij / zij / het certificeert
wij / we certificeren
jullie certificeren
zij / ze certificeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik certificeerde
jij / je certificeerde
hij / zij / het certificeerde
wij / we certificeerden
jullie certificeerden
zij / ze certificeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik certificere
jij / je certificere
hij / zij / het certificere
wij / we certificeren
jullie certificeren
zij / ze certificeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik certificeerde
jij / je certificeerde
hij / zij / het certificeerde
wij / we certificeerden
jullie certificeerden
zij / ze certificeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij certificeer
jullie (archaïsch) certificeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
certificeren
Tegenwoordig deelwoord
certificerend
Voltooid deelwoord
gecertificeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary