HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← capituleren — definición

Conjugation of capituleren

Regular CEFR C2
/kaːpityˈleːrə(n)/

het verzet staken, zich overgeven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik capituleer
jij / je capituleert
hij / zij / het capituleert
wij / we capituleren
jullie capituleren
zij / ze capituleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik capituleerde
jij / je capituleerde
hij / zij / het capituleerde
wij / we capituleerden
jullie capituleerden
zij / ze capituleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik capitulere
jij / je capitulere
hij / zij / het capitulere
wij / we capituleren
jullie capituleren
zij / ze capituleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik capituleerde
jij / je capituleerde
hij / zij / het capituleerde
wij / we capituleerden
jullie capituleerden
zij / ze capituleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij capituleer
jullie (archaïsch) capituleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
capituleren
Tegenwoordig deelwoord
capitulerend
Voltooid deelwoord
gecapituleerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary