HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← canoniseren — definición

Conjugation of canoniseren

Regular CEFR C1
/ˌkaː.nɔ.niˈzeː.rə(n)/

tot canon maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik canoniseer
jij / je canoniseert
hij / zij / het canoniseert
wij / we canoniseren
jullie canoniseren
zij / ze canoniseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik canoniseerde
jij / je canoniseerde
hij / zij / het canoniseerde
wij / we canoniseerden
jullie canoniseerden
zij / ze canoniseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik canonisere
jij / je canonisere
hij / zij / het canonisere
wij / we canoniseren
jullie canoniseren
zij / ze canoniseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik canoniseerde
jij / je canoniseerde
hij / zij / het canoniseerde
wij / we canoniseerden
jullie canoniseerden
zij / ze canoniseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij canoniseer
jullie (archaïsch) canoniseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
canoniseren
Tegenwoordig deelwoord
canoniserend
Voltooid deelwoord
gecanoniseerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary