HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← cancelen — definition

Conjugation of cancelen

Regular CEFR B2
ˈkɛn.sə.lə(n)

afgelasten, afzeggen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik cancel
jij / je cancelt
hij / zij / het cancelt
wij / we cancelen
jullie cancelen
zij / ze cancelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik cancelde
jij / je cancelde
hij / zij / het cancelde
wij / we cancelden
jullie cancelden
zij / ze cancelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik cancele
jij / je cancele
hij / zij / het cancele
wij / we cancelen
jullie cancelen
zij / ze cancelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik cancelde
jij / je cancelde
hij / zij / het cancelde
wij / we cancelden
jullie cancelden
zij / ze cancelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij cancel
jullie (archaïsch) cancelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
cancelen
Tegenwoordig deelwoord
cancelend
Voltooid deelwoord
gecanceld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary