HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← calculeren — definition

Conjugation of calculeren

Regular CEFR B2
ˌkɑl.kyˈleː.rə(n)

iemand berekent iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik calculeer
jij / je calculeert
hij / zij / het calculeert
wij / we calculeren
jullie calculeren
zij / ze calculeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik calculeerde
jij / je calculeerde
hij / zij / het calculeerde
wij / we calculeerden
jullie calculeerden
zij / ze calculeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik calculere
jij / je calculere
hij / zij / het calculere
wij / we calculeren
jullie calculeren
zij / ze calculeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik calculeerde
jij / je calculeerde
hij / zij / het calculeerde
wij / we calculeerden
jullie calculeerden
zij / ze calculeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij calculeer
jullie (archaïsch) calculeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
calculeren
Tegenwoordig deelwoord
calculerend
Voltooid deelwoord
gecalculeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary