HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bussen — definición

Conjugation of bussen

Regular CEFR C2
/ˈbʏsə(n)/

in een brievenbus van een postbedrijf doen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bus
jij / je bust
hij / zij / het bust
wij / we bussen
jullie bussen
zij / ze bussen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik buste
jij / je buste
hij / zij / het buste
wij / we busten
jullie busten
zij / ze busten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik busse
jij / je busse
hij / zij / het busse
wij / we bussen
jullie bussen
zij / ze bussen
Aanvoegende wijs — verleden
ik buste
jij / je buste
hij / zij / het buste
wij / we busten
jullie busten
zij / ze busten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bus
jullie (archaïsch) bust

Onbepaalde vormen

Infinitief
bussen
Tegenwoordig deelwoord
bussend
Voltooid deelwoord
gebust

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary