HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← buizen — definition

Conjugation of buizen

Regular CEFR C2
ˈbœy̯zə(n)

zakken voor een examen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik buis
jij / je buist
hij / zij / het buist
wij / we buizen
jullie buizen
zij / ze buizen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik buisde
jij / je buisde
hij / zij / het buisde
wij / we buisden
jullie buisden
zij / ze buisden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik buize
jij / je buize
hij / zij / het buize
wij / we buizen
jullie buizen
zij / ze buizen
Aanvoegende wijs — verleden
ik buisde
jij / je buisde
hij / zij / het buisde
wij / we buisden
jullie buisden
zij / ze buisden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij buis
jullie (archaïsch) buist

Onbepaalde vormen

Infinitief
buizen
Tegenwoordig deelwoord
buizend
Voltooid deelwoord
gebuisd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary