HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← buigen — definición

Conjugation of buigen

Regular CEFR B2
/ˈbœy̯ɣə(n)/

krommend vervormen, van de gewoonlijk rechte stand, houding of richting afwijken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik buig
jij / je buigt
hij / zij / het buigt
wij / we buigen
jullie buigen
zij / ze buigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik boog
jij / je boog
hij / zij / het boog
wij / we bogen
jullie bogen
zij / ze bogen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik buige
jij / je buige
hij / zij / het buige
wij / we buigen
jullie buigen
zij / ze buigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik boge
jij / je boge
hij / zij / het boge
wij / we bogen
jullie bogen
zij / ze bogen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij buig
jullie (archaïsch) buigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
buigen
Tegenwoordig deelwoord
buigend
Voltooid deelwoord
gebogen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary