HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← budgetteren — definition

Conjugation of budgetteren

Regular CEFR C1
ˈbʏ.dʒɛˈteː.rə(n)

onderbrengen in een begroting Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik budgetteer
jij / je budgetteert
hij / zij / het budgetteert
wij / we budgetteren
jullie budgetteren
zij / ze budgetteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik budgetteerde
jij / je budgetteerde
hij / zij / het budgetteerde
wij / we budgetteerden
jullie budgetteerden
zij / ze budgetteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik budgettere
jij / je budgettere
hij / zij / het budgettere
wij / we budgetteren
jullie budgetteren
zij / ze budgetteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik budgetteerde
jij / je budgetteerde
hij / zij / het budgetteerde
wij / we budgetteerden
jullie budgetteerden
zij / ze budgetteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij budgetteer
jullie (archaïsch) budgetteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
budgetteren
Tegenwoordig deelwoord
budgetterend
Voltooid deelwoord
gebudgetteerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary